Conditie


Spreekt men over de conditie dan heeft men het vaak over de 5 grondmotorische eigenschappen n.l. uithoudingsvermogen, kracht, lenigheid, coˆrdinatie en snelheid. Toch is deze indeling niet zo gemakkelijk te maken. Aangezien er veel wisselwerkingen tussen deze aspecten zijn, moeten die op elkaar afgestemd worden om tot een goede wedstrijdprestatie te kunnen komen. Dus de prestatie van een atleet (de wedstrijd) is niet zomaar in een van deze 5 aspecten te definiÎren.

TCT maakt van een andere indeling gebruik om de prestatie op te splitsen namelijk: Volgens onderstaande figuur:
  • Fysiologische gesteldheid.
    Dit zijn alle processen die in het lichaam plaatsvinden om een prestatie te leveren.
  • Techniek
    De techniek bepaalt op welk tijdstip de spieren kracht moeten leveren en op welk moment ze moeten ontspannen.
  • Tactiek
    Deze factor is lastig om via een test te kwalificeren. Uiteraard komt dit aspect wel terug in de trainingsplanning.
  • Mentale aspecten
    Deze factor is ook lastig om met een test te kwalificeren. Ook dit aspect komt terug in de trainingsplanning.



Wanneer men conditietesten afneemt probeert men vooral de fysiologische gesteldheid te meten maar de overige factoren zijn wel degelijk van belang.

Zo zal iemand die gestrest is vaak minder presteren dan je op zijn fysiologische achtergronden zou verwachten. Om nu de koppeling te kunnen maken tussen de fysiologie (conditietesten) en de wedstrijdprestatie heeft TCT een computermodel gemaakt die de prestatie meetbare conditie eigenschappen verbind met diverse vermoeidheid indicatoren. Dus met de uitslag van een conditietest, wordt duidelijk hoe goed spieren, hart longen en andere lichaamseigenschappen getraind zijn maar door mentale, tactische en technische invloed, zal de sportprestatie toch iets anders zijn.
Als we naar testen kijken die een combinatie van de 4 factoren fysiologie, mentale, tactische en technische invloed weergeven, spreken we van een wedstrijdtijden analyse (WTA). Alle aspecten van de WTA zijn te herleiden naar fysiologische factoren maar maken koppelingen met de factoren: techniek, tactiek en mentaal.
Een voorbeeld van een meetgegeven uit een conditie test die niet iets zegt over de fysiologie maar meer een factor van de WTA is, is bijvoorbeeld het omslagpunt (verderop wordt deze VT2 genoemd), een waarde die veel mensen meten om de juiste intensiteit aan te geven. Het omslagpunt zelf wordt beÔnvloed door stress, de technische uitvoering van een beweging (je omslag punt bij het hardlopen zal op een andere snelheid liggen dan bij fietsen).

Met de uitslag van een conditietest van TCT wordt niet alleen duidelijk hoe je er conditioneel voor staat, maar wordt dit vertaald naar de wedstrijdprestatie via de WTA. Door de vertaling van de WTA kan duidelijk worden gemaakt wat goed of niet goed getraind is en kan men adviezen mee krijgen hoe men de factoren op de juiste wijze kan trainen.





















© 2009 René Boer, Amsterdam